Kohanava (BLR), 12 december 2010
Bericht vanaf de zoveelste truckersstandplaats…het is niet
anders. Op zich heb je best wat dorpen als je de snelweg verlaat, alleen moet
je dan nog even 35km rijden voordat je bewoond gebied binnenrijdt. Vandaar dat
de keus vaak snel gemaakt is. Om een idee te geven hoe we iedere keer ons kamp
opslaan, een kleine impressie: we rijden op de M1/E30 en zien een bord
‘P’-45km, kortom over iets minder dan 2 uurtjes komen we aan. En na twee
uurtjes arbeid, jawel een ‘P’. Bewaakt wel te verstaan. Want onbewaakt is ons
inzien geheid vragen om wat problemen.
Dan volgt een slagboom en meestal een meneer die vanuit de
wachttoren naar beneden snelt en vraagt wat we in godsnaam hier komen doen. Ons
standaard ritueel is vriendelijk lachen, portemonnee in de aanslag en met de
andere hand een gebaar van ‘slapen’ maken. En dan gaat de man weer naar de
wachttoren, komt terug met een briefje met een bedrag erop, we betalen, de man
loopt de trap weer op, doet de slagboom open en dan rijdt ons huis op wielen de
parkeerplaats op. Vaak als eerste (we stoppen rond de klok van 15:00 uur i.v.m.
invallende duisternis), maar gedurende de uren dat we er staan volgen gemiddeld
83 truckers ons.
Vandaag liep het wat anders: de camper stond al voor de
slagboom en een goedlachse man kwam de trap af (nog weinig aan de hand) en
‘brabbelde’ wat. Dat verstond we natuurlijk voor geen meter dus tijd voor ons
standaard ritueel. Op zich lijkt het ons een helder verhaal dat als je een
bewaakte ‘P’ beheert, dat je dan truckers of anderen een parkeerplaatsje biedt
en dan meestal voor de nacht, maargoed deze man speelde of heel goed toneel of
hij begreep echt niet dat wij heel graag op zijn grond voor een paar roebels
wilde parkeren en overnachten. Na ongeveer 6 minuten dacht Koen: ‘ik ga het
anders doen, ik schrijf het voor hem op in Cyrillisch schrift’. Zo gezegd zo
gedaan en de man viel in verbazing en moet gezegd hebben: ‘O, joh, je wilt hier
met je camper staan en een nacht blijven om vervolgens morgenochtend weer weg
te gaan, tuurlijk, geen probleem’.
De slagboom ging open en hoppa, meteen een mooie plek.
Een van de vervolgrituelen is de volgende. Na volledige
installatie van de camper, doen we met het team een kop koffie in de
truckersbar. Berenmooi vinden we dat.
Deze keer sloegen we dit uiterst belangrijke ritueel niet
over. Na twee heerlijk verse bakkies (oprecht lekker) betaalden we, dankte de
barvrouw en zeiden gedag in de gangbare taal ter plaatse (vinden we ook mooi om
te doen, klinkt waarschijnlijk voor geen meter maargoed). Drie dagen geleden
leerden we meerdere Belaruse/ Russische manieren om ‘dag’ en ‘dank u’ te
zeggen. Een daarvan, dank u, is ‘blagadarjoe zaa’. Jelle probeerde dit woord na
drie dagen nog te herhalen maar kwam niet verder dan ongeveer de woorden met
strekking: ‘bladiebladieblajoezee’. En die viel niet helemaal goed…
We liepen weg naar buiten en hoorde via de intercom een
mevrouw iets omroepen met strenge toon. Wij keken elkaar vragend aan en
concludeerde: ‘nee, da’s duidelijk niet voor ons bedoeld’. Een verkeerde
conclusie.
Eenmaal in de camper bonkte de torenwacht, die na 7 minuten
de slagboom opende, hard op onze deur. Koen deed de deur open en kreeg de volle
laag: een boze preek en een blik die wij de komende jaren niet zullen vergeten.
Jelle heeft onbedoeld de barvrouw mogelijk uitgemaakt voor
iets wat je je ergste vijand niet wenst. Vervelende situatie waarvan we a) niet
weten waarom de parkwacht nou precies zo boos is en b) wat deze ‘uitglijer’
betekent voor de rest van de avond. Al hebben we er eigenlijk best een goed
gevoel over.
En oh ja, er is ook nog gefietst. Morgen nog een korte
etappe naar Orsha waar we een kop thee drinken en een stroopwafel eten bij een
mooie dame van 89 die een dochter in Nederland heeft wonen.
We kijken ernaar uit!